De naam zegt alles! Naamgeving
bij alpaca’s
Door
John Peeters – Voorzitter Stichting Alpacashow
Uit
de naam van een alpaca valt veel af te leiden – mits natuurlijk iedereen hetzelfde systeem gebruikt. De naam van
het dier kan uit meerdere delen bestaan waaruit de herkomst, fokker en soms ook de eigenaar af te leiden is. Uit
de vele inschrijvingen van de afgelopen 3 jaren merkten we dat er bij de diereigenaren vaak wat onduidelijkheid
was hoe deze namen opgebouwd dienen te worden. In dit stukje wat uitleg over de meest gebruikte
systemen.
In
dit artikel verwijs ik naar enkele diernamen welke u elders in dit boekje terug kunt vinden.
De
prefix
De
prefix is een code welke voor de naam van een dier kan staan. Bij de Engelstalige verenigingen staat vaak de
volledige naam van de fokker voor de diernaam, zoals bijvoorbeeld Silverstream Flashdance, waarbij de fokker het
Nieuw-Zeelandse Silverstream is. In Engeland worden ook weleens de afkortingen gebruikt, de zogenaamde prefix
zoals in CME Leon, waar CME staat voor Classical MileEnd, de fokker van dit dier. Deze prefix zien we ook terug
op het oornummer van zo’n dier.
Bij
de Duitse verenigingen wordt standaard deze prefix (Herdkürzel) gebruikt. Daar de meeste Nederlandse en
Belgische fokkers hun dieren bij de Duitse AZVD registreren zal ik in dit artikel vooral de aandacht geven aan
de AZVD-regelgeving omtrent de naamgeving.
De
prefix zou een unieke code moeten zijn, welke maar door één fokker wereldwijd gebruikt zou moeten worden. Echter
in de praktijk zijn de verschillende registraties nog niet zo op elkaar afgestemd op dit gebied. De AZVD
probeert zoveel mogelijk de engelse prefixen over te nemen en is bezig met de prefixen van de Duitse
verenigingen op elkaar af te stemmen. Op de AZVD website staat een lijst van alle tot nu toe gebruikte prefixen
en hun eigenaren.
Van
de meeste grotere (Duitse) fokkers zijn de prefixen algemeen bekend. Zonder deze op het internet op te hoeven
zoeken kan ik van vele dieren in dit boekje de fokker al achterhalen. ZL Leroy is gefokt door Zauberland
Alpakas, MMR Oscar komt van Mountain Meadows Ranch.
Het
is voor iedereen van belang dat men niet zomaar een code verzint om als prefix te gebruiken, deze code kan
namelijk al in gebruik zijn wat tot verwarring kan leiden. Het dier AL Xanadu in dit boekje is waarschijnlijk
niet gefokt door Alpacaland, de bezitter van deze prefix. Het is dus belangrijk om de prefix die u wenst vooraf
te controleren en laten registreren zodat u zeker bent dat enkel u deze prefix gebruikt.
Wie
is de fokker?
Bij
het toekennen van de prefix is het belangrijk om te weten wie de fokker is van het dier. De definitie van de
fokker is diegene die de eigenaar was van de merrie op de dag van de bevruchting. Vaak is dit diegene die de
belangrijke beslissing gemaakt heeft welke hengst er voor de merrie gebruikt is. Stel u koopt een drachtige
merrie bij Alpaca Ranch Nederland. Het ongeboren veulen krijgt dan als prefix ARNL, de prefix van Alpaca Ranch,
dit is immers de fokker. In het verleden is er vaak nog een tweede prefix gebruikt, de prefix van diegene waar
het dier geboren is. Bijvoorbeeld AI CD Bonky, dit dier is gefokt door Alpaca International en geboren bij
Alpacafarm Carpe Diem. Deze methode wordt niet veel gebruikt.
Naam
van de eigenaar in de diernaam
Vaak
wil een nieuwe eigenaar zijn eigen naam aan het dier toevoegen. Bij de AZVD wordt dit in de regel niet gedaan,
maar bij de Engelstalige verenigingen zien we dit vaak. Een voorbeeld hiervan is Dovecote Jacuinto of Alpaca
Stud. De fokker is Dovecote, de huidige einaar is The Alpaca Stud. Belangrijk is dat deze toevoeging achter de
naam gebeurd, zodat het duidelijk is dat The Alpaca Stud niet de fokker is van dit dier. Een ander goed
voorbeeld hiervan is Bozedown Shalimar II, welke gefokt is door Bozedown en zijn vader Prophet of Bozedown
welke, zoals de naam al zegt, eigendom is van Bozedown, maar niet door hen gefokt. Een foutieve naam in dit
boekje is de kampioen van vorig jaar TL Aquaviva Marcus, waarbij TL voor Top-Line Alpacas staat. Echter is
Top-Line niet de fokker maar de eigenaar en zou deze code achter de naam moeten staan.
Overigens
gebruiken de Fransen vaak de naam van de fokker als laatste naam. Altaya du Léman zal dus wel degelijk gefokt
zijn door Elevage du Léman.
Het
land van herkomst
Vaak wordt in de naam ook het land van herkomst verwerkt. Een importdier krijgt in de AZVD een code voor zijn naam
staan welke aangeeft waar het dier vandaan geïmporteerd is samen met het jaar van registratie. GB07 VIP is een uit
Groot-Brittannië afkomstig dier welke in 2007 bij het register is aangemeld.
De
naam Peruvian is volgens de Duitse regels een uitzondering. Een dier dat deze naam draagt hoeft niet per
definitie zelf uit Peru te stammen. Bijvoorbeeld AEC Peruvian Soraya is een dier dat in Nederland gefokt is, wat
de code AEC (Alpaca El Charco) al zegt. Toch mag dit dier de naam Peruvian dragen als beide ouders dit ook
hebben of als beide ouders direct uit Peru geïmporteerd zijn (code PE). In mijn beleving is deze regel van de
AZVD foutief. De naam Peruvian zou naar mijn mening alleen gebruikt mogen worden bij direct uit Peru afkomstige
dieren, dus dieren gefokt in Peru. De Amerikaanse registratie maakt hier wel een onderscheid tussen direct uit
Peru afkomstige dieren (Peruvian) en hun nakomelingen geboren in de VS (pPeruvian).
De
Accoyo’s
Dat
de naam van een dier vaak gekozen wordt uit marketingtechnisch oogpunt blijkt wel uit het gebruik van de naam
Accoyo. Accoyo was een grote fokkerij in Peru, eigendom van de overleden Don Julio Barreda. De fokkerij bestaat
overigens nog steeds, echter onder management van zijn dochters. De naam Accoyo is wereldwijd uitgegroeid tot
een begrip. Veel mensen willen hiervan gebruik maken door hun dieren Accoyo te noemen. Echter hierbij stel ik
wederom de vraag: ‘Wie is de fokker?’. Is dit dier gefokt door Accoyo of afkomstig van dieren die aangekocht
zijn bij Accoyo. In het geval van de bekende hengst Accoyo Amando is deze hengst weldegelijk gefokt door Accoyo
en mag deze dus die naam dragen. Nakomelingen hiervan zouden eigenlijk de naam Accoyo niet mogen dragen. Immers
de fokker is iemand anders dan Accoyo. Echter staat de AZVD dit wel toe, mits beide ouders ook de naam Accoyo
hebben. Een voorbeeld van een dier bij mij thuis; Alpaca Stud Leonid. Deze stamt af van twee Accoyo voorouders
echter komt dit niet terug in zijn naam, wat volgens de Duitse regels dus wel zou mogen. In mijn belevenis klopt
deze regel niet omdat de fokkerij Accoyo niets te maken heeft met de fokkerijkeuze die in dit geval The Alpaca
Stud gemaakt heeft.
Overige
regels
Enkele
andere regeltjes die toegepast dienen te worden:
Volgens
de AZVD mag de naam van een ouderdier alleen in de naam van het dier voorkomen als dit ook met DNA-monster
bevestigd is. Een dier als ATD Chiara Chi Czar (Silverstream Czar) kan dus enkel zo geregistreerd worden als van
zowel dit dier als de vader DNA beschikbaar is en beide geregistreerd zijn bij de AZVD.
Het
achtervoegsel ET, zoals in CME Lysander ET wil zeggen dat dit dier met behulp van Embryo Transfer (ET) gefokt is
en dus geboren uit een moeder wat niet zijn biologische moeder is. In deze gevallen is het verplicht om het
achtervoegsel ET te gebruiken zodat het voor iedereen duidelijk is hoe dit dier gefokt is.
Aanbevelingen
Tenslotte
wat aanbevelingen zodat iedereen tot een goede naamgeving komt:
1)
De naam van de fokker dient voorop te staan. Dit kan met een prefix of met de volledige stalnaam. Wanneer u een
prefix gebruikt dient u deze eerst te registreren!
2)
Eventueel kunt u de naam van de eigenaar achter het dier plaatsen. Plaats deze naam of code nooit voor de
diernaam om verwarring met de fokker te voorkomen.
3)
Ga er niet van uit dat wanneer u een ‘Peruvian’ koopt dat dit dier ook echt uit Peru komt. Met de huidige Duitse
regelgeving hoeft dit zo dus niet te zijn.
4)
Hetzelfde als 3) geldt voor Accoyo. Echter raad ik iedereen af om de naam Accoyo te gebruiken voor eigen gefokte
dieren omdat Accoyo een bedrijfsnaam is, net als El Charco, Alpaca Top Dutch en anderen. Immers gebruiken wij ook
niet de naam van de fokker waar wij ooit dieren gekocht hebben maar onze eigen naam voor eigen gefokte
dieren.
Ik
hoop met dit artikel u wegwijs gemaakt te hebben in de vele manieren van naamgeving die gebruikt worden. Ik hoop
dat volgend jaar iedereen de namen op bovenstaande manier gebruikt, zodat het voor iedereen gemakkelijk is om te
zien wie de fokker van een dier is. De showcommissie is van plan om volgend jaar een prijs toe te kennen aan het
beste dier uit eigen fokkerij, waarvoor bovenstaande manier van naamgeving natuurlijk zeer belangrijk
is.
TB or not TB?

Tuberculose
Tuberculose bij herkauwers
wordt m.n. veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium (M.) bovis. De bestrijding van deze
bacterie is lastig omdat de bacteriën zich zowel in de cel als buiten de cel van de gastheren kunnen bevinden
(niet alle antibiotica kan goed binnen de cel werken). Verder verandert de bacterie zich snel door mutaties
waardoor antibiotica die voorheen M.
bovis goed bestreed plotseling niet meer blijkt te werken
(=resistentie).
Nederland
Nederland heeft nog steeds de
status vrij! Dat betekent dat er wel door import dieren kunnen binnen komen die besmet zijn, maar dat deze
dieren (en hun contacten) door “track and trace” worden achterhaald en vernietigd om zo verdere verspreiding van
de M.
Bovis bacterie te voorkomen.
Bij alpaca’s
Het gevaar voor alpaca’s schuilt in het feit dat de eerste
screeningstesten, welke ook bij import verplicht zijn niet sensitief en specifiek genoeg zijn.
Daardoor kunnen er “vals-negatieve” uitslagen zijn. Dieren hebben dan wel de bacterie bij zich maar
testen negatief. Hierin schuilt een groot gevaar voor de populatie alpaca’s. De beste screeningsmethoden om
te kijken of uw alpaca lijder is van TB is het maken van een röntgenfoto. Op deze foto zijn de laesies
(beschadigingen - tuberkels) in de longen in een vroeg stadium te herkennen. Daarnaast is men bezig met het
ontwikkelen van een specifieke bloedtest (bij alpaca’s) die het gen-/eiwit-materiaal van de Mycobacterium
herkent. Voor alsnog met onbevredigende resultaten.
Hoe wordt TB verspreid?
In met name zuid Engeland is TB een groot probleem. Men denkt dat de
oorzaak hiervoor gevonden kan worden in de dassenpopulatie welke is besmet met tuberculose. Deze dassen
vormen het reservoir van waaruit nieuwe besmetting (andere bedrijven) kunnen plaatsvinden. Voorstellen voor
vaccinatie van alle in het wild levende dassen zijn gedaan (eigenlijk onmogelijk) tot het afschieten van de
dassen om de verspreiding een halt toe te roepen. Bij een voortschrijdende infectie worden tuberkels
(ontstekingshaarden in de long) gevormd. Als deze tuberkels openbarsten kan de bacterie via de luchtwegen
worden opgehoest (besmetting omgeving).
Vaak wordt de bacterie via
lucht en inademing van lucht met bacteriën verspreidt. Daarnaast kan ook via de ontlasting bacterie-uitscheiding
/ en besmetting plaatsvinden. Een probleem is dat na een besmetting een dier niet meteen ziek hoeft te worden.
De bacterie verstopt zich als het ware in het lichaam (latente infectie). De ziekteverschijnselen kunnen pas
maanden na de besmetting tot uiting komen door een algemene weerstandsvermindering. Bij runderen is de tuberculinatiereactie meestal positief als een dier in aanraking is geweest
met M.
Bovis (dus ook zonder ziekteverschijnselen). Helaas bij
alpaca’s gaat die vlieger niet op. Veel vals negatieven uitslagen.
Wat zijn de symptomen?
Pas in een laat stadium van de ziekte treden er verschijnselen op. Ze
zijn afhankelijk van de plaats van de ontsteking. Het dier kan vermageren en bij langdurige aantasting van de
longen kan de alpaca een korte, krachtige en droge hoest krijgen. De symptomen zijn aspecifiek. Dat betekent
dat vermageren en hoesten zeker niet altijd tuberculose is. Sectie is noodzakelijk om de doodsoorzaak vast te
stellen. Of als de dieren nog leven is röntgenfoto’s van de longen een mogelijkheid om te kijken of men
tuberkels ziet.
Therapiën en preventie
Zoals eerder gemeld kan de bacterie zich ook intracellulair bevinden.
Daarom is rifampicine mogelijk enrofloxacine (beide antibiotica) geschikt voor de behandeling van
tuberculose. Het grote nadeel is dat de behandeling lang – tot 6 maanden en erg duur zal zijn. Bovendien kan
er geen garantie worden gegeven voor herstel en is er altijd blijvende schade van het aangetaste longweefsel.
Volgens de Voedsel en Waren Autoriteit van het Ministerie van LNV is het in Nederland niet toegestaan om
dieren te behandelen (moeten “geruimd worden”). In Engeland is dit wel het geval omdat de dieren (evenals in
Nederland) niet als productiedieren zijn gekenmerkt. Naar mening van auteur heeft VWA dusdanig weinig
ervaring met deze materie dat men de Europese wetgeving hier onjuist toepast. Dit betekent niet dat het
verstandig is de zieke dieren in leven te laten. Ook ondergetekende adviseert bij positieve longfoto’s in
combinatie met positieve tuberculinatie en ziekteverschijnselen het dier zo spoedig mogelijk te euthanaseren
en te laten onderzoeken (kweek bacterie / Ziehl Neelsen kleuring).
Bij een echt positieve kweek
en kleuring van de bacteriën bij sectie wordt röntgendiagnostiek (longen) van alle dieren aanwezig op het
bedrijf aangeraden. De aangetaste dieren (positief op longfoto) zouden kunnen worden geëuthanaseerd om
verspreiding te voorkomen. De omgeving (stallen) op besmet bedrijf zouden
moeten worden gereinigd en gedesinfecteerd met enige regelmaat. Eventueel gevolgd door hittebehandeling
(droogbranden van stallen). Ook is het mogelijk te bacterie in de omgeving te bestrijden met uv-straling,
ethanol 70% of formaline.
Meldingsplichtig?
Tuberculose bij alpaca’s is een meldingsplichtig besmettelijke
dierziekte (vanwege zoönose = besmettelijk voor mensen). Momenteel is er in Nederland geen geregistreerd
tuberculine met juiste houdbaarheidsdatum (zie ervaringen auteur)! Daarmee is de overheid zelf in overtreding
bij toepassing van tuberculinatie. Zoals eerder gemeld: Nederland is officieel vrij van
Rundertuberculose.
Advies & Discussie
Naar mening van de auteur zou er altijd sectie moeten worden verricht
bij een dode (verdacht van TB) alpaca. Zeker indien vermagering en luchtwegproblemen inclusief koorts een rol
spelen.
Zienswijze auteur
Door vrije status is duidelijk dat tuberculose in de gehele populatie
van herkauwers in Nederland niet of nauwelijks een rol speelt. Wel dienen alpacahouders zich bewust te zijn
van de risico’s bij import (zeker uit gebieden met een hoge incidentie). Ook dienen zij zich verantwoordelijk
op te stellen door zieke dieren te melden (verdacht) en ook sectie te laten verrichten op dode dieren (ook
indien deze niet afkomstig zijn uit het buitenland).
Wil men zijn of haar kudde optimaal beschermen dan is
röntgendiagnostiek de enige juiste methode om een besmetting en de ziekte aan te tonen en zo in een vroeg
stadium proberen de verspreiding van de bacterie te bestrijden.
Op shows zou getracht moeten worden om dieren uit dezelfde regio’s
naast elkaar te plaatsen om zo evt. verspreiding binnen het land te voorkomen. Ook dichte afscheidingen
tussen de hokken is een goede optie om direct contact tussen dieren van verschillende fokkers te belemmeren
en zo de kans op tuberculoseverspreiding te minimaliseren.
Het risico in Nederland op tuberculose lijkt vooralsnog klein! Zeker
indien men bedenkt dat er continue monitoring van de runderen (dus niet de alpaca’s) aan de slachtlijn
plaatsvindt.
Drs. Leo J.H. van Merwijk
Dierenarts
Bata4en – Klinieken voor dieren
www.bata4en.nl
www.dierenarts-en-alpaca.blogspot.com
De
vachtkeuring
Een belangrijk onderdeel van elke grote internationale alpacashow is de keuring van vachten.
Bij navraag onder de deelnemers blijkt dat de vachtkeuring een
nog onbekend begrip is. Vandaar deze beknopte beschrijving van de Fleece Show en de voorbereidingen
hierop.
De keuring zelf
De keuring van de vachten gebeurt meestal
een dag voorafgaand aan de show door dezelfde keurmeester, of op sommige grote shows zelfs door een aparte
keurmeester. Elke aangeboden vacht wordt door de keurmeester grondig bekeken en op verschillende punten
beoordeeld. De eigenschappen waar een keurmeester naar kijkt komen grotendeels overeen met wat men in de
Showring ook naar kijkt – zoals fijnheid, karakter etc. – maar er zijn enkele bijkomende punten, waarbij de
uniformiteit binnen de vacht van groot belang is. Een ander belangrijk criterium is het gewicht van de vacht. In
onderstaande tabellen (huacaya en suri) ziet u een overzicht van waar de jury naar kijkt en hoeveel punten
hiervoor gegeven kunnen worden.
Huacaya vachten
|
Eigenschap
|
Pnt
|
|
Fijnheid en gevoel
|
20
|
|
Gelijkheid van:
|
Micron
|
10
|
|
|
Lengte
|
10
|
|
|
Kleur
|
5
|
|
Karakter & Stijl:
|
Golving/crimp
|
10
|
|
|
Loktype/dichtheid
|
5
|
|
Glans/helderheid
|
10
|
|
Afwezigheid van dekhaar (grovere
vezel)
|
10
|
|
Onzuiverheden/beschadigingen
|
5
|
|
Zuiver gewicht
|
15
|
|
TOTAAL
|
100
|
Suri vachten
|
Eigenschap
|
Pnt
|
|
Fijnheid en gevoel
|
20
|
|
Gelijkheid van:
|
Micron
|
10
|
|
|
Lengte
|
10
|
|
|
Kleur
|
5
|
|
Karakter & Stijl:
|
Loktype/dichtheid
|
10
|
| Density |
5
|
| Lustre |
15
|
|
Afwezigheid van dekhaar (grovere
vezel)
|
5
|
|
Onzuiverheden/beschadigingen
|
5
|
|
Zuiver gewicht
|
15
|
|
TOTAAL
|
100
|
Een voordeel van de vachtenkeuring ten opzichte van de normale
keuring is het feit dat u voor uw vacht bovenstaand scoreformulier krijgt. U weet dus precies hoe uw vacht gescoord
heeft!
De rubrieksindeling bij de vachten gebeurt
op dezelfde manier als in de showring, echter wordt er hier geen onderscheid gemaakt tussen hengsten en
merries.
De voorbereiding
De voorbereiding voor de vachtkeuring begint
al bij het scheren. Maak voordat u het dier scheert de keuze of u de vacht als showvacht gaat scheren of niet.
Voor het scheren van een showvacht moet u een paar belangrijke keuzes maken. Wat doe ik wel bij de showvacht en
wat niet? Wanneer we bijvoorbeeld de hals bij de showvacht toevoegen winnen we punten op het gewicht maar
verliezen we hoogstwaarschijnlijk punten op gelijkheid van micron, lengte etc. Op deze manier moeten we steeds
de keuze maken welke wol we wel en welke we niet bij de showvacht voegen. Vanzelfsprekend worden vuile stukken
wol niet bij de showvacht gevoegd. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een vlekje, delen met teveel dekhaar, delen
met te weinig karakter etc.
De scheerder zelf heeft ook veel invloed op
de kwaliteit van de showvacht; wanneer er bijvoorbeeld veel korte stukjes wol tussen de vacht zitten doordat de
scheerder niet 100% op de huid scheert krijgen we minpunten op de gelijkheid van de wollengte.
Diskwalificatie
- Elke vacht met parasieten of
insecten!
-
Lengte:
- Huacaya: minimum 5, maximum 15
cm
- Suri: minimum 7,5 en maximum 45
cm
Bij dieren <24 maanden geldt deze maximum
wollengte niet.
Tot slot
Neem eens een kijkje bij de showvachten op deze show en bekijk de individuele scoreformulieren. Neem ook eens een
kijkje op de website van de British Alpaca Society (www.bas-uk.com) en bekijk de ‘Fleece Judging Manual’ zodat u weet waar u op moet letten als u dit jaar uw showvachten
scheert.
|